Ministories — 4 sep 2020

Dit samenwerkingsproject van Quinsy Gario en Mina Ouaouirst is een onderzoek naar pogingen om koloniale beschadiging te herstellen door transhistorische vertellingen. In het kunstwerk komt hun gedeelde interesse in niet-dominante en gemarginaliseerde vormen van archief praktijken naar voren. Het vertrekpunt van Ouaouirst is het behoud van cultureel erfgoed in Marokko, dat van Gario is het cultureel archief van de Caribische eilanden die zijn of werden bezet door Nederlanders. Hun interesses kwamen samen in het werk ⴼⴽⴰⵢⴰⵙ  ⵉ  ⵎⴰⵓⵔⵉⵙ   ⵉⵇⵇⴰⵢⵏ   ⴷⵜⵎⵎⵓⵔⵖⵉ   ⴷⵡⴰⵎⴰⵏ (we gaven Mauritius dadels, sprinkhanen en water) en draait om het verhaal van Sint-Mauritius en hoe hij verbonden is aan de omarming van het koloniale verleden van het Hertogdom van Courland door de Letse samenleving. 

  • Foto: Mina Ouaouirst
    Foto: Mina Ouaouirst
  • Foto: Mina Ouaouirst
    Foto: Mina Ouaouirst
  • Foto: Mina Ouaouirst
    Foto: Mina Ouaouirst

Sint-Mauritius was verbonden aan de Koptisch-Orthodoxe Kerk van Alexandrië en werd in de 9de eeuw heilig verklaard, omdat hij in de 3de eeuw het martelaarschap had gekozen om een christelijk dorp in de Zwitserse Alpen te redden. Daarnaast is hij de schutspatroon van de Broederschap van de Zwarthoofden, een genootschap voor ongehuwde kooplieden met een afdeling in Riga in het huidige Letland, opgericht omstreeks 1399. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het platgebombardeerd en werd pas in 1999 herbouwd als museum, acht jaar na de beëindiging van de Russische bezetting van het land sinds de Tweede Wereldoorlog. Het hangt vol slavernij-iconografie die vloekt met de verering van een Afrikaanse heilige. Het genootschap opereerde in de tijd van het Hertogdom Koerland. Het Hertogdom was een vazalstaat van het Pools-Litouwse rijk en omvatte delen van het huidige Litouwen. In de 17de eeuw nam hertog Jacob Kettler actief deel aan de gewelddadige Europese koloniale expansie, toen hij probeerde wat nu bekend staat als Tobago en Gambia te koloniseren. Hij slaagde hier niet in, maar had toen al wel Nederlandse schepen gecharterd om koloniale waren en tot slaaf gemaakte Afrikanen te vervoeren in de trans-atlantische driehoekshandel.

Jan de Bray, ‘Gezicht op scheepswerf te Amsterdam’, 1666. Penseel in grijs, potlood, pen in bruin, inkt, 8.5 × 15.2 cm. Collectie Rijksmuseum. Schenking van mevrouw A.H. Beels van Heemstede-van Loon. Creative Commons 0: publiek domein.
Jan de Bray, ‘Gezicht op scheepswerf te Amsterdam’, 1666. Penseel in grijs, potlood, pen in bruin, inkt, 8.5 × 15.2 cm. Collectie Rijksmuseum. Schenking van mevrouw A.H. Beels van Heemstede-van Loon. Creative Commons 0: publiek domein.
Wallerant Vaillant, ‘Buste van een donkere man’, 1658–1677. Mezzotint, 14.4 × 14.0 cm. Collectie Rijksmuseum. Creative Commons 0: publiek domein.
Wallerant Vaillant, ‘Buste van een donkere man’, 1658–1677. Mezzotint, 14.4 × 14.0 cm. Collectie Rijksmuseum. Creative Commons 0: publiek domein.

In het verhaal over het leven van Sint Mauritius in de 3e eeuw zitten echter gaten, net zoals er haperingen optreden tijdens het herinneren van de relatie tussen Nederland en het Hertogdom Koerland. Het gaat dan om informatie dat verloren is gegaan in de loop van de tijd of door de bewuste vernietiging van archieven die voldoen aan het heersende idee van wat een archief kan zijn. Ouaouirst en Gario zetten met hun werk de Marokkaanse weeftraditie in als een middel om deze archiefvernietiging te herstellen. Handgeweven wandtapijten zijn namelijk archieven gevuld met historische verhalen, inzichten over esthetische ontwikkeling en de weefmethodes vertellen ons veel over de overdracht van technische kennis. Zoals Marie-Rose Rabaté schrijft in Berber Costumes of Morocco: Traditional Patterns, lijkt de weefselstructuur van veel kleden van Marokkaanse weefgetouwen sterk op die van archeologische vondsten uit het oude Egypte. Het behoud van deze technische kennis, ondanks koloniale pogingen tot coöptatie, vertelt ons veel over verzet en herstel. 

Ouaouirst en Gario stellen dat de weefmethoden in het zuiden van Marokko ons de mogelijkheid bieden om herstellend transhistorische verhalen te herinneren. Hun samenwerkingspartners zijn de wevers Fadma ait Oukhechif, Mina ait sidi Hamou, Habiba el Khatiri, en Naima Ouaga van de stichting Kasba Taznakthe, en improviserend zangeres Zahra Ait Lehs, de tante van Ouaouirst. Door het improviserend lied geïnspireerd door poëtische vertellingen, plaatselijke anekdotes, oude volksvertellingen en de lokale esthetiek en beeldtaal in de tapijt, proberen Ouaouirst, Gario en hun team een verhaal te verbeelden over hoe Mauritius misschien wel Marokkaanse dorpen heeft bezocht op weg naar de Zwitserse Alpen. 

In dit werk wordt het rurale tapijtweven gebruikt om een andere kant van Mauritius’ leven zichtbaar te maken. Een leven dat verbonden is aan de naweeën van het kolonialisme in het Caribisch gebied en Afrika, maar ontdaan van de dienstbaarheid waar de canonieke verhalen hem mee opzadelden.

In 2011 leerden Ouaouirst en Gario elkaar kennen via het Meervaart Studio junior-workshopdocent traject in Amsterdam Nieuw-West. In 2012 werkten ze samen met anderen aan het performance stuk Geit In Blik, op uitnodiging van de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam en Podium Mozaïek. Het in het Stedelijk Museum getoonde werk is onderdeel van een groter project rond het Koerlandse kolonialisme op Tobago waar Gario onderzoek naar doet. Andere delen zijn op uitnodiging van Ieva Astahovska en Margaret Tali onderdeel van de door het Latvian Center for Contemporary Art geproduceerde tentoonstelling Communicating Difficult Pasts in het Letse Nationale Kunstmuseum.

Kunstenaarsbijdrage

Fragment uit ‘ⴼⴽⴰⵢⴰⵙ  ⵉ  ⵎⴰⵓⵔⵉⵙ   ⵉⵇⵇⴰⵢⵏ   ⴷⵜⵎⵎⵓⵔⵖⵉ   ⴷⵡⴰⵎⴰⵏ’  (we gaven Mauritius dadels, sprinkhanen en water).